Ziekte

Roodborsttapuit

Roodborsttapuit

door Paul van der Vliet

Leverziektes.

Dit is een veel voorkomende ziekte bij vogels en, helaas, hebben we als verzorger daar zelf schuld aan. Daarbij komt dat, indien de lever niet goed of maar gedeeltelijk functioneert, ook andere ziektes een kans krijgen.

De lever is de chemische fabriek van het lichaam. Via de bloedbaan uit de darmen komen de producten van de spijsvertering de lever binnen. Sommige van deze producten worden opgeslagen om later gebruikt te kunnen worden, de rest ondergaat een chemische omzetting in stoffen die het lichaam kan opnemen. We moeten onderscheid maken tussen goedaardige en kwaadaardige leverziektes.

1) Goedaardige leverziektes.

De grootste boosdoener is leververvetting. Dit ontstaat als de vogel te veel eivoer opneemt met een te hoog eiwitgehalte. Als het eiwitgehalte van het eivoer (opfokvoer) +/- 20 a 22% bedraagt zal dat geen problemen opleveren. Daarentegen geeft eivoer met bijvoorbeeld 30% eiwitgehalte wel de nodige problemen. Men kan dat zelf waarnemen bij jongen in het nest: de ontlasting van de jonge vogels is vetachtig, er ligt een gloed over en de ontlasting is niet vast maar smeuïg.

U bent bezig een probleem te creëren. Omdat de vogels een voorkeur hebben voor oliehoudende zaden (deze leveren veel energie), wordt de lever weer extra belast. Zeker als deze zaden overvloedig kunnen worden opgenomen. Deze meerwaarde aan energie hebben vogels in vogelverblijven niet nodig.

Vogels in de natuur verbruiken veel meer energie dan kooivogels.

Ze moeten veel harder werken om hun dagelijkse kostje bij elkaar te scharrelen.

Vogels in de natuur vliegen ook een veelvoud t.o.v. kooivogels.

Dit geldt al helemaal voor vogels die in kleine kweekvluchten gehuisvest zijn.

Onze vogels kunnen de hele dag beschikken over een rijk gevuld voedselaanbod.

E.e.a. geldt natuurlijk niet voor vogels die gerantsoeneerd worden gevoerd.

Vet zet zich in eerste instantie af op de rug, in de nek en rond de organen. Blijft u gewoon op de oude manier voeren dan krijgt u vanzelf vogels met leververvetting. In veel gevallen is  aan het eind van het borstbeen de vergrote lever te zien. Dit is de natuurlijke reactie van de lever (zie ook “Vogelvriendelijk vogels houden en kweken” Bec-info no. 2-2003). Maar als u uw vogels regelmatig (dagelijks) goed observeert, dan zal het u opvallen dat de vogels niet echt ziek zijn maar er ook niet florissant bij zitten. Het is echter wel tien voor twaalf. Het hoeft niet de lever te zijn, misschien is er wel een andere oorzaak (bijv. megabacteriën). Laat in elk geval even een mestonderzoek doen. Dan weet u zeker wat er aan de hand is.

2) Kwaadaardige leverziektes.

Hieronder vallen hepatitis (leverontsteking), vergiftiging, atoxoplasmose enz. Bij een gezonde lever laat de vogel niets zien. Raadpleeg een dierenarts als de lever abnormaal donker is van kleur.

Ik geef mijn vogels 2x per week mariadistelzaad al dan niet gemalen.

De grotere vogels, zoals kruisbek, goudvink en putter kunnen deze zaden zelf pellen. Kleinere soorten zoals barmsijs, sijs, frater en Europese kanarie kunnen dat niet. Ik maak de zaden zelf fijn door ze enige tellen in een koffiemolen te malen. Tijdens het kweekseizoen maal ik mariadistelzaad voor zowel de jonge als de oude vogels, zodat het gemakkelijker opneembaar wordt. Pas uitgevlogen vogels kunnen dit harde zaad nog niet pellen.

U kunt het hele jaar door mariadistelzaad geven en daarmee blijft u bijna alle leverproblemen voor.

Ook zullen jonge vogels minder last krijgen van atoxoplasmose, een ziekte die niet alleen lever maar ook andere organen als longen, milt en hersenen aantast. Het is een vogelziekte die in een vergevorderd stadium niet te genezen is.

Omdat de nog niet volgroeide lever van de jonge vogel continue zwaar belast (overbelast) wordt, geef ik ook nog twee dagen achter elkaar thee van mariadistelzaad, totdat de vogel volledig is uitgeruid. Veel vogelkwekers geven extra vitamines aan hun vogels. Wees daar echter zeer voorzichtig mee, zeker in het kweekseizoen. Na 2 á 3 weken kan een leververgiftiging optreden.

Uw eivoer bevat voldoende vitamines.

MARIADISTEL (Bron: Handboek van Geneeskrachtige Kruiden door M. Pahlow)

Medisch gebruikte delen: de vrucht zonder haarkroon.

Botanie en verzameltips:

Plantbeschrijving: Een van de mooiste en grootste distels is de Mariadistel. De plant is gemakkelijk te herkennen aan de grote, groenwit gemarmerde bladeren die gele stekels aan de bladrand dragen. De bloemhoofdjes zijn alleenstaand. Ze hebben een purperachtige kleur, zelden wit. De bloemhoofdjes zijn bolvormig. Na de bestuiving en bevruchting ontstaan hardschalige vruchten met een haarkroon, die echter spoedig wordt afgeworpen. Aan de buitenkant zijn de vruchten glanzend zwartbruin van kleur.

Bloeitijd: juli-augustus.

Voorkomen: In ons land bekend als sierplant uit Zuid Europa. Hier en daar kan men de plant verwilderd aantreffen langs wegen, op mesthopen of in de buurt van moestuinen.

Oogst en bereiding: in de maanden augustus en september zijn de zaden rijp. De haarkroon is tegen die tijd al verdwenen. De zaden worden in de buitenlucht gedroogd.

Werkzame stoffen: bitterstoffen, etherische olie, harsen, tyramine, histamine, flavonen. Voor de werking is de belangrijkste stof silymarine (silybine), een flavoïde verbinding die een beschermende werking op de lever bezit.

Genezende werking en gebruik: de stoffen van dit kruid beschermen de lever en werken bij de tegenwoordig zoveel voorkomende leververvetting. Schade aan de lever komt zeer veel voor. De acute hepatitis (besmettelijke leverontsteking) heeft soms een epidemisch karakter. Wanneer de lever niet beschermd wordt, treed er vaak schade op. Die bescherming kan bestaan in een juiste voeding. Overmatige consumptie en overvoeding leiden echter ook zonder voorafgaande leverontsteking tot een vervetting van de lever en dat betekent een verstoring of stillegging van een groot deel van de levercellen. Hier bewijst de mariadistel zeer goede diensten. Het is een specifiek middel voor de lever en onschadelijk. De werkzame stof is silymarine (een flavonol). Ook bij hogere dosering treden er met deze stof geen bijwerkingen op bij de reactivering van de lever. Door experimenten op dieren werd de beschermende werking op de lever bewezen. Stoffen die schadelijk zijn voor de lever werden erdoor afgezwakt of uitgeschakeld. Bij een van de proefnemingen gebruikte men zelfs het gevaarlijkste ‘levergif’ en toch waren de resultaten goed. De mariadistel heeft een beschermende en regenererende werking wat de lever betreft. Een theekuur met dit kruid is dan ook aan te bevelen. De klachten verdwijnen snel en de algemene gezondheidstoestand wordt verbeterd. Na een acute hepatitis werkt de mariadistel als nabehandeling uitstekend.

Bereiding van de thee: 1 theelepel mariadistelvruchten overgieten met ¼ liter kokend water, 10 tot 20 minuten laten trekken en dan afzeven.

Appelvinken

Appelvinken

Deel deze pagina